The Australian Shepherd

 

 

 

De Australian Shepherd vind zijn oorsprong,hoewel zijn naam het niet zou doen denken,in het westen van Amerika.

Daar werkten de Baskische herders met voornamelijk uit Australië geïùmporteerde schapen en stonden bekend om hun kleine blauwe herdershonden zonder staart (bob tails).

 

Het is een veelzijdig ras dat je kan inzetten voor verschillende bezigheden. Hondensport zoals agility,treiball,flyball,schapen hoeden,speuren,...

Maar ze doen het ook goed in gehoorzaamheid en sommigen zijn zelfs opgeleid als blindegeleidehond,assisentiehond,reddingshond of therapiehond.

Kortom een manusje van alles dus.

 

Hoewel hij graag werkt en best wat energie heeft hoef je niet uren met hem te wandelen om die energie kwijt te raken.

Hersenspelletjes,trucjes leren/doen,... is even vermoeiend dan 3 uur rondhollen in het bos.

Het is erg belangrijk dat je vanaf pup een goed evenwicht zoekt tussen beweging en rust,zo krijg je later een Aussie die evengoed kan genieten van een dagje op de sofa te hangen en tevreden is met een blokje om.

 

De Australian Shepherd heeft een leuk kleuren pallet,vacht en ogen zijn voorzien van verschillende kleur mogelijkheden.

De ogen kunnen de kleur blauw,bruin,amber of elke variatie/combinatie van deze kleuren inclusief vlekken of marmering hebben.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

De Aussie is een ras waar erfelijke aandoeningen zich kunnen voordoen zoals heup en elleboog dysplasie,oog afwijkingen,epilepsie,MDR1,...

Op deze aandoeningen worden dan ook testen gedaan door middel van dna onderzoek,x-ray en oogonderzoeken door een gecertificeerd dierenarts.

Voor meer info over de erfelijke ziekten kijk op www.ashgi.org of de Vlaamse Fokkerijcommissie.

 

Rasstandaard

De Australian Shepherd is goed in balans,iets langer dan hoog,van middelmatige grootte,levendig, beweeglijk en lenig, stevig en gespierd, zonder log te zijn. Zijn vacht is van gemiddelde lengte en hardheid. Hij kan een lange staart hebben of NBT (naturele bob tail,aangeboren korte staart) die kan varieren van heel kort naar 3/4 staart en alles ertussenin.

 

Gemeten vanaf het borstbeen tot het zitbeen, en vanaf de schoft tot aan de grond, is de Australian Shepherd iets langer dan hoog.

Solide gebouwd met middelmatig zwaar bone. De bouw van een reu is wat groffer dan van een teef.

 

Het hoofd is strak belijnd, krachtig en droog. Algehele grootte moet in verhouding zijn met het lichaam.

 

Schedel:

 De bovenkant is vlak tot licht gewelfd. Er mag een lichte achterhoofdknobbel zijn. Lengte en breedte zijn gelijk.

Stop: Middelmatige, goed aangeduide stop.

 

Neus:

Blue-merles en blacks hebben zwart pigment op de neus (en lippen). Red-merles en reds hebben leverkleurige (bruin) pigment op de neus (en lippen).

Bij de merles zijn kleine roze stippen op de neus toegestaan, maar deze mogen de 25% niet overschrijden bij honden ouder dan één jaar.

 

Voorsnuit:

 De voorsnuit is even lang of iets korter dan de schedel,met een goed aangeduide stop.

 

Gebit:

 Een volledig gebit dat een schaargebit vormt.

 

Ogen:

 Bruin, blauw, amber, of elke variatie of combinatie hiervan, inclusief vlekken en

marmering. Het oog is amandelvormig, niet uitpuilend of diepliggend.

De ooguitdrukking is levendig,vriendelijk,allert.

 

Oren:

 De oren zijn driehoekig, van gemiddelde grootte en dikte, hoog aangezet op het hoofd. Bij volle aandacht vallen zij naar voren of naar de zijkant als een ‘rozenoor’.

 

HALS:

De hals is krachtig, van gemiddelde lengte, licht gebogen vanaf de kruin en goed passend in de schouders.

 

LICHAAM:

Bovenbelijning:

 De rug is recht en sterk, vlak en vast van de schoft tot aan de heupgewrichten.

Kruis:

 Licht aflopend.

Borst:

 Niet breed maar diep waarbij het laagste punt de elleboog bereikt.

Ribben:

 Goed gebogen en lang, niet tonvormig, noch vlak.

Onderbelijning:

 Laat een licht opgetrokken buiklijn zien.

 

STAART:

Recht, van nature lang of van nature kort.

 

VOORHAND:

Schouders:

 De schouderbladen zijn lang en vlak, liggen bij de schoft tamelijk dicht bij elkaar en

liggen goed naar achteren. De opperarm, die ongeveer dezelfde lengte moet hebben als het schouderblad, vormt een bij benadering rechte hoek met de schouderlijn waarbij de voorbenen loodrecht op de grond staan.

Benen:

 Recht en sterk. Met stevig bone, eerder ovaal dan rond.

Voeten: Ovaal van vorm, compact met dicht aaneen gesloten tenen. De

voetzolen zijn dik en veerkrachtig.

 

ACHTERHAND:

De breedte van de achterhand is gelijk aan die van de voorhand ter hoogte van de schouders.

De hoeking van het heupbeen en dijbeen correspondeert met de hoeking van het schouderblad en

opperarm,ze vormen een nagenoeg haakse hoek.

Knieën: Goed aangeduid.

Spronggewrichten: Middelmatig gehoekt.

Voeten: Ovaal,compact met dicht aangesloten tenen. De voetzolen zijn dik en veerkrachtig.

 

GANGWERK:

De Australian Shepherd heeft een vloeiend en soepel,evenwichtig en uitgrijpend gangwerk.

De voor en achterbenen bewegen recht en parallel t.o.v. de middenlijn van het lichaam. Wanneer de snelheid toeneemt,komen de voeten (voor en achter) samen op de lijn die het zwaartepunt volgt,terwijl de ruglijn vast en vlak blijft.

 

VACHT:

HAAR: Van gemiddelde structuur,recht tot golvend,weerbestendig en van gemiddelde lengte. De ondervacht varieert in dikte. Het haar is kort en glad op het hoofd,de oren,de voorkant van de voorbenen en beneden de hakken. De achterkant van de voorbenen en de broek zijn middelmatig behaard.De kraag en halsbeharing zijn middelmatig,meer uitgesproken aanwezig bij reuen dan bij teven.

 

GROOTTE:

De gewenste schofthoogte voor reuen is 51 – 58 cm.,voor teven 46 – 53 cm.